Artemis Potamianou

20 februari 2020

Excuses voor het achterlopen van dit dagboek/kunstblog, maar mijn solotentoonstelling bij Ruimtevaart neemt veel tijd in beslag.

Vorige week was Artemis Potamianou uit Athene bij STROOM te gast als gastcurator en zij bezocht gedurende die dagen een behoorlijk aantal ateliers van Haagse kunstenaars. Dit gebeurde op voorspraak van EX-MÊKH’s Ellen Rodenberg die mede verantwoordelijk is voor het educatieve gedeelte van Platforms Project, de beurs voor onafhankelijke platforms die jaarlijks in Athene wordt georganiseerd.

Educatie tijdens Platforms Project gebeurt met behulp van studenten van Artemis en vrijwilligers.

De laatste dag gaf zij een lezing voor geïnteresseerden waarin zij over haar Griekse praktijk in de kunstwereld vertelde. Die praktijk is veelvormig en internationaal en zij verdeelde haar activiteiten in die van curator, kunstenaar en organisator. Van huis uit is zij kunsthistorica en ook praktiserend kunstenaar èn medewerker aan de universiteit waar zij les geeft. Als curator maakte ze tentoonstellingen met Joseph Kosuth, Damien Hirst ,Joseph Beuys, Terry Atkinson, Peter Greenaway, Candice Brietz, Guerrilla Girls, etc. Als kunstenaar zou je haar conceptueel appropriation-artist kunnen  noemen: zij neemt onderdelen van kunstwerken en verwerkt die in collages. De manier waarop EX-MÊKH met haar te maken kreeg was door deel te nemen aan Platforms Project: eerst als sideshow bij de belangrijke Levantijnse kunstbeurs Art Athína die Platforms Project op den duur als een bedreiging begon te ervaren. Toen zij werden uitgesloten van de beurs organiseerde Potamianou op zeer korte termijn en in financieel onzekere omstandigheden Platforms Project als zelfstandige beurs midden in Athene in een groot kantoorpand. Nadat dit een succes werd tijdens het jaar dat de Documenta deels in Athene plaats vond kreeg ze het jaar daarop de beschikking over een van de ruimtes waarin de Documenta te zien was: de Nikos Kessanlis Exhibition Hall van de Athens School of Fine Arts, een perfecte ruimte waarin de beurs in een bijzonder open opzet plaats vindt.
De lezing werd onverwacht goed bezocht en was voor ieder een interessante en geslaagde gebeurtenis.

Voor de lezing liep het aardig vol

De geweldige Jane Hultman die STROOM binnenkort nog gaat missen introduceerde de spreker voor het publiek.

Waarna Ellen Rodenberg over haar betrokkenheid bij het bezoek van Artemis vertelde.

Vervolgens nam de spreekster na een korte video het woord met een gedreven en enthousiast verhaal.

Over een ontwerp voor de Turbine room van de Tate Modern

De concepten achter haar curatoriele activiteiten werden verduidelijkt

Zoals hier een route die een kunstenaar in een tentoonstelling aflegt, en die van een curator en die van een gewone bezoeker

En dan nog een collage die in de begeleidende PowerPoint getoond werd.

Tot slot nog een beeld van Platforms Project 2018, altijd erg goed bezocht met enthousiast publiek.

STROOM

 

Lia’s keuze

18 februari 2020

Zoals gezegd wilde Lia Bender als cadeau voor haar afscheid een tentoonstelling maken met werk uit de collectie van HEDEN. Dit heeft ze kunnen doen en daarbij zijn ook wat bruiklenen en eigen werk in de tentoonstelling opgenomen. Heet is een enorm leuk geheel geworden met een breed beeld van wat HEDEN in de loop van de tijd heeft aangekocht en uitgeleen:

Eko Nogruho

Marius Lut

Willem Speekenbrink

Paul Citroen

Philip Akkerman

Uw correspondent

Stefanie Scholte

Aline Thomassen

Sigrid Calon

Hinke Schreuders

Mark Nagtzaam

Wederom uw correspondent

Nies Vooijs

Thom Vink

Nanda Runge

Hans van der Pennen

Krijn Giezen

Lieven Hendriks

Leon Adriaanse

Adam Colton

Hinke Schreuders

HEDEN

1970 and Beyond

17 februari 2020

Bij Parts Project vindt dus nu de andere expositie met een Belgische kunstenaar plaats. Het gaat om Werner Cuvelier waarvan ik voorheen nog nooit gehoord heb. Toch heeft hij een behoorlijke carrière waarin hij zelfs in de tachtiger jaren ook in de Haagse galerie Orez Mobiel exposeerde. Het werk dat hij nu in Parts Project laat zien toont dat het werk in die periode van conceptuele en minimalistische kunst geworteld is. Het werk is, om met curator Dirk D’herde  in een fraai staaltje Vlaamse kunstkritisch jargon te spreken “geconceptualiseerd als onderzoek dat objectieve data en statistische relaties binnen de culturele productie, distributie en uitwisseling in visuele vorm wil omzetten”. In de eerste periode is het hard-core conceptualisme, onder invloed van de uit de VS overwaaiende ideeën over het werken op basis van ideeën op minimalistische wijze. Later worden de gegevens in schilderkunst en sculpturen omgezet. In die schilderkunst is geen sprake van esthetische keuzes, maar het werk bepaalt de kleuren en vormen waarin het wordt uitgevoerd. Het werk is dan meer op feiten en gegevens uit de werkelijkheid gebaseerd, mede onder invloed van de hogelijk bewonderde Franse schrijver Georges Perec. Die feiten worden dan ook meer uit de wetenschappen geplukt waarbij bijvoorbeeld de Fibonaccireeks of het idee van de gulden snede regelmatig terug komen. De werken ogen als geometrisch-abstracte schilderijen, maar hebben eerder een aan systeemdenken en statistiek grenzende aard. Het werk intrigeert me door een consequent doorgezette en zich logisch voortzettende zoektocht waarbij “mooi” werk zich toch ook onopvallend in stugge methodiek nestelt.
Bij deze een indruk van een erg interessante tentoonstelling:

Cuvelier maakt ook graag boeken zoals hier met vormen uit zijn woonhuis, wanden, vloeren etc.

Dergelijke vormen worden dan in een vloerwerk vertaald wat hier erg mooi uitwerkt, maar ook andere vormen en formaten kan krijgen.

Twee latere sculpturen uit 1997

Een mooi groot werk met eitempera op basis van een stug volgehouden systeem

De atlas van de wereld – 1979 -1983 bij Orez Mobiel in 1983

Een serie paneeltjes waarin een door de kunstenaar bepaalde ontwikkeling de basis is

Op tafel ook 3D werk en ronde paneeltjes

Ook dit is later en waarschijnlijk op architectuur gebaseerd werk

Dit doek is op basis van een kalender geschilderd, doet me sterk aan het werk van Willem Besselink denken.

Canal de la Marne à la Saône -2000, de naambordjes van de sluizen onderweg bij elkaar.

En dit is het kanaal met de sluizen op een kaart

De namen van mede-exposanten in een tentoonstlling op verschillende wijzen verwerkt

Statistic Project VII, Five philosophical questions – 1973 De antwoorden op de vragen van zeven vrienden in een tekening verwerkt.

Parts Project

What We Do Not (want to) See

16 februari 2020

Aan de Haagse Toussaintkade kunt u zich vanaf vandaag enige weken wentelen in de Belgitude: bij Parts Project exposeert de Gentenaar Werner Cuvelier (waarover later, dat vergt wat meer tijd) en bij galerie Ramakers zijn ook vier Belgische kunstenaars te zien. Die Belgitude is in dit laatste geval te vinden in een bepaalde mate van absurdisme in het werk van de kunstenaars die in materiaalkeuze, formaten en soms materiaalgebruik ongebruikelijke wegen bewandelen. Er is ook geen sprake van een hoger kunstbegrip lijkt het. Dat geldt overigens niet voor het mooie werk van Willy de Sauter die een echte onderzoekende schilder is en misschien meer raakvlakken heeft met  de tentoonstelling van Cuvelier. Een aantal werken van de jongere garde komen aan als moppen die in de kroeg verteld worden en dat werkt prettig relativerend. Toch is er conceptueel en esthetisch genoeg aan te beleven: een ongewone maar prettige tentoonstelling om te bezoeken

Ruimte met werk van Gert Scheerlinck

Gert Scheerlinck

Gert Scheerlinck: MDA – 2020 met rechts de neus van de eerder getoonde Pinocchio die door de muur steekt

Gert Scheerlinck: Walk the Line – 2020

Willy de Sauter: Z. T. -2017 – 2018

D.D. Trans: Arbre en couleurs – 2014

D.D. Trans: Step en couleurs – 2019

D.D. Trans: Pommes de terre pour Multi-usage – 2017

Johan de Wit : Masterpieces – 2019

Johan de Wit : Masterpieces (detail) – 2019

Galerie Ramakers