After Daan van Golden

10 september 2021

De tentoonstelling die afgelopen weekeinde bij Parts Project in Den Haag is geopend werd gecureerd door Niek Hendrix en Robin Heyker. De aanleiding hiervoor is een gezamenlijke fascinatie voor de Rotterdamse kunstenaar Daan van Golden. Bij Heyker is dat vrij evident (zie bijvoorbeeld zijn papegaaischilderijen), maar bij Hendrix zag ik die niet zo snel aan komen. Zij hebben een aantal jongere kunstenaars die vergelijkbare sentimenten hebben of invloeden hebben ondergaan uitgenodigd samen met henzelf en werk van Daan van Golden een tentoonstelling te maken wat een mooi geheel heeft opgeleverd in het toch al steeds verrassende programma van de galerie. Er is veel werk te zien, maar niet overal is de band met het onderwerp meteen duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat de mentaliteit en een soort kernachtigheid in al het tentoongestelde werk te zien zijn die ook bij van Golden belangrijk waren. De tentoonstelling als geheel straalt daardoor ondanks de hoeveelheid werk toch een prettige rust uit en nodigt uit tot interpretatie. Het is zeker de moeite waard om te bezoeken, het werk is nog te zien tot 7 november.

Daan van Golden: Nepal – 1983/2013
Mirthe Klück: links 2017 – 2021, rechts I’ll Be Your Mirror – 2018
Ronald de Bloeme: Briefumschläge – 2004
Maurice van Es: Testimony III – 2018 – 2021
Daan van Golden: Marguerite – 2014
Richard Aldrich: Vuillard #1 – 2008
Marijn van Kreij: Untitled (Picasso, the studio-1955) – 2016
Daan van Golden: Tokyo/Dion – 1996 – 2016
Richard Aldrich: Two Bodies as One – 2019
Marijn van Kreij: Untitled (Nirwana) – 2006- ongoing
Fergus Feehily: The House – 2019
The guys that did the do met het lijdend voorwerp: Vlnr Daan van Golden – Mozart – 2010, Niek Hendrix: Study of a Window (The Tale of Zeuxis and Parrhasius) – 2021, Robin Heyker: Untitled (Black Redstart 1) 2021
Just Quist: Forming an Intention – 2019 en Formation of Colours – 2019
Magali Reus: Dearest (Short the Electric) – 2018
Links Alice Tippett: Hilde – 2020, rechts Daan van Golden: untitled – 1964
Indigo Deijman: Musée des instruments de musique- 2021

Parts Project

Meet Me in the Middle

13 juni 2021

Bij Parts Project was het de bedoeling om een tentoonstelling rond Gerrit van Bakel te maken, maar praktische problemen maakten dat onmogelijk en nu is in de ruimte een groepstentoonstelling te zien met werken uit alle windrichtingen die een levendig geheel opleveren. Het thema is relaties tussen mensen, wie of wat vormt jouw context en wat doet dat met je. Hoe kan je tot een beter contact komen. De Brabantse kunstenaar is hierin vertegenwoordigd met twee grote werken en een aantal schetsen die handelen over het ontmoeten. Ze zijn onderdeel van een groep van negen werken. Zachte afstand uit 1976 geeft een Nederlandse vorm van ontmoeten weer: intimiteit op afstand. De tweede is een wat grovere vorm van ontmoeten: Hulpmiddel voor een West-Europese ontmoeting uit 1980 brengt twee mensen zo dicht mogelijk samen als maar mogelijk is, van Bakel noemde het zelf De neukmachine. In een andere machine, waarover we een video kunnen zien en waarvan ook schetsen getoond worden, is De Onmoetingsmachine, gericht op het zichtbaar maken van temperatuurwisselingen zodra twee mensen elkaar ontmoeten. Het zou moeten resulteren in een lichtspel, maar de machine is helaas nooit afgemaakt. Jammer dat niet meer van van Bakel te zien is, maar de context waarin hij getoond wordt is ook erg de moeite waard:

Er hangt werk van Hadassah Emmerich met haar kleurige sensuele schilderijen. met sjablonen en wat een min of meer een monoprint-techniek is komt zij tot fascinerende beelden waarin vooral in het geval van het lange doek van zes meter fysieke ontmoetingen in licht en kleur getoond worden. De meer conceptuele “instructions” van Yoko Ono vragen ons opdrachten uit te voeren met anderen en zo met anderen een relatie te ontwikkelen in actie en reactie.
De latina in het gezelschap, Rita Ponce de León uit Peru, is expliciet bezig met haar medemens: ze laat tekeningen zien die het resultaat zijn van het idee dat ze zich in anderen verplaatst en zo verhalen vertelt zoals die zich zouden hebben kunnen afspelen, een oefening in empathie. Het werk dat te zien is geeft zo handvaten om weer relaties aan te gaan nu de coronamaatregelen steeds sneller hun eind naderen en we weer onbekommerd relaties aan kunnen gaan met nieuwe en hopelijk inspirerende mensen!

Gerrit van Bakel in de video over De Ontmoetingsmachine
Schetsen over De Ontmoetingsmachine en de lichteffecten
De Slaapmachine
Hadassah Emmerich: : Solar Mirror – Peach Mirror – Crimson Mirror- 2020
Yoko Ono: Snow Piece – 1963
Rita Ponce de León: Un lugar para la brisa – 1- 2014
Gerrit van Bakel: Hulpmiddel voor een West-Europese ontmoeting – 1980
Hadassah Emmerich: Bodyscape – 2019
Rita Ponce de León: Wall-painting May 2021
Yoko Ono: Beat Piece – Shadow Piece – 1963 – 2021
Yoko Ono: Mirror-Piece – 1964 – 1921
Hadassah Emmerich: Cold Fusion nrs. 4 & 7 – 2020
Rita Ponce de León: Lugar para la brisa 6 – 2014
Yoko Ono: Air Talk – 1967/2021
Gerrit van Bakel: Zachte afstand (Hulpmiddel voor een perfecte West-Eropese ontmoeting) – 1976

Parts Project

Face

12 april 2021

Bij Parts Project was ik gisteren ook om de tentoonstelling van de Chinese schilder Zhang Shujian te zien. De tentoonstelling is gecureerd door Melle Hendrikse die tien jaar geleden enthousiast reageerde op het eindexamenwerk van deze kunstenaar in Beijing en hem vroeg in zijn Chinese galerie C-Space te exposeren. Het werk van de kunstenaar werd in Azië succesvol en is ook door Nederlandse verzamelaars verworven. Zo is het relatief onbekende werk van Shujian nu ook in Den Haag te zien.

Op het eerste gezicht is het werk dat voornamelijk uit portretten bestaat fotorealistisch, tot je bij nadere beschouwing elementen ziet die daar helemaal niet bij horen. Waar huidstructuur, haren of vochtige ogen onwaarschijnlijk precies en in effectieve kleuren zijn weergegeven zijn andere details weer heel pragmatisch heen en weer of op en neer gekwast en zijn details in de schouders of kleding slordig weergegeven. Zo is bijvoorbeeld achter de precies geschilderde baard van de Fellaheen de structuur van een horizontaal geschilderde achtergrond te zien. Die achtergronden zijn over het algemeen abstracte grijzen, maar geen ruimtelijk gegeven om de geschilderde figuur. In sommige gevallen lijkt het portret wel uitgesneden en op de achtergrond geplakt.
Op een bepaalde manier doet het werk aan dat van Philip Akkerman denken die zich uitputtend in de techniek van klassieke Europese meesters heeft verdiept om die vervolgens in zijn zelfportretten toe te passen, maar die techniek dan in onderdelen uiteen te laten vallen. Ook de Chinese kunstenaar heeft de Europese fijnschilders bestudeerd door ze te kopiëren zoals bijvoorbeeld in het doek Skin Weave No. 2 is te zien dat naar een portret van Hans Baldung-Grien is geschilderd.
Heel bijzonder zijn ook de uitsneden die de kunstenaar soms van zijn onderwerpen maakt, de nadruk komt op de vormen van de zware schaduwen in het gezicht en de geschilderde huidstructuren te liggen. De schilderijen worden er abstract van. Ondanks mijn initiële verwachting is dit toch een fascinerende tentoonstelling die de moeite waard is om te bezoeken.

Skin Weave N0. 3 – 2013
Fellaheen no. 6 – 2016
Black Eye – 2012
Roham no. 2 – 2011
detail
No title – 2009
Rechts boven: Selfportrait no. 6 – 2010
Links: Passage no. 2 – Passage – beiden 2020
Ongoing ceremony – 2021
A break – 2021

Parts Project

Performer and participant

9 februari 2021

In 2017 organiseerde de Haagse presentatieruimte Parts Project een tentoonstelling van de Brabantse kunstenaar Jeroen Dooreweerd met een aantal werken uit de Japanse kunstbeweging Gutai. Die Gutai-werken intrigeerden me behoorlijk en nu zag ik in Tate Etc. een artikel over de Japanse beweging naar aanleiding van een presentatie in de Tate modern:

Otsuji Kiyoji’s photograph shows Tanaka Atsuko wearing her Electric Dress, made from electrical wires and painted neon light bulbs, at the 2nd Gutai Exhibition, Tokyo, 1956

Tate Modern

The community of the painted

24 november 2020

Jos van Merendonk, die EX-MÊKH al eens uitnodigde in Quartair, is al vaker te zien geweest in Parts Project, in een groepsexpositie. Nu wordt hij echter getoond in een bijzonder fijne solotentoonstelling aan de Toussaintkade. Een serie schilderijen uit zijn hele carrière is te zien, er is gekozen voor doeken op hetzelfde vierkante formaat, 100×100 cm. Het werk van van Merendonk is steeds in de zelfde kleur geschilderd, chroomoxide groen, waardoor de in een lijn op dezelfde hoogte gehangen doeken zich mooi voegen naar de architectuur van de ruimte van Parts Project.

Naast een beperkt aantal formaten en het gebruik van slechts één kleur bestaan de schilderijen van van Merendonk ook uit een klein aantal motieven, bewegingen, tekenachtige vormen die hij op allerlei manieren verwerkt. Potlood en verf worden gecombineerd, op allerlei verschillende wijzen gebruikt en ook gereedschap en materiaal wordt op een bepaald moment geïncorporeerd. Steeds wordt ook terug gegrepen op eerder gebruikte motieven. Dat wordt op een bepaald heel letterlijk gedaan als hij minder geslaagde doeken aan stukken snijdt en daarmee assemblages maakt die een complexiteit aan het werk geven die we eerder niet zagen. De meest recente werken zijn conceptueel en ook materieel nog interessanter geworden doordat de kunstenaar afbeeldingen van die assemblages nauwkeurig kopieert op transparanten, die tekeningen op doeken van 100×100 cm projecteert en vervolgens als basis gebruikt voor nieuw werk. Het tonen van schilderijen uit verschillende perioden geeft een innerlijke samenhang aan deze tentoonstelling waarbij het meest recente werk een bijzonder sterke indruk maakt. Het maakt ook nieuwsgierig naar waar deze groene lijn nog toe zal leiden.

Wie oh wie zijn hier te gast….
vlnr: 2002-1-2-3, 2020-1-8, 2012-1-2
links 2019-1-8 en rechts 2008-1-2-13
2020-1-10
2001-1-15
vlnr: 2005-1-2-11, 2020-1-11,2017-1-11
zaaloverzicht

Parts Project

Disruption as part of the deal

28 september 2020

Bij Parts Project is nu een duo-tentoonstelling te zien met werk van Ewerdt Hilgemann en Diet Sayler. Hilgemann’s werk is in Nederland genoegzaam bekend, maar het werk van Diet Sayler vind ik wel een verrassing. Beide kunstenaars zijn uit de generatie die concrete kunst ontwikkelde in de zestiger jaren. Daar ligt een parallel, maar ook in hun ambitie om objectieve gegevens met het toeval of de intuïtie een persoonlijke draai te geven. Hilgemann doet dat in 3D, hij maakte in de tachtiger jaren een perfecte marmeren kubus die hij in Carrara van een vrachtwagen boven aan een helling liet rollen. De beschadigingen die de kubus onderging werden door natuurkrachten aangebracht aan de door hemzelf zorgvuldig gepolijste kubus. Twee jaar later, bij Beelden aan de Linge, plaatste hij een door hem van metaalplaten geconstrueerde holle kubus die hij vervolgens met een luchtpomp luchtledig zoog. De kubus vervormde en werd het door de kunstenaar beoogde werk. Later zou hij dit ook met andere geometrische vormen doen.
Diet Sayler werkt in het platte vlak, eerst voornamelijk met grafische technieken in zwart wit en later begint hij ook te schilderen, in kleur. Een project van hem is het werken aan basiselementen die ontstaan uit een grid, een rooster met kleinere vormen die hij gedeeltelijk verwijdert waardoor een vorm ontstaat. Eerdere ritmische figuren waarin het ritme wordt doorbroken worden zo geformaliseerd in een strak concept waarin door de keuzes die worden gemaakt toch een menselijk element komt kijken. De basiselementen blijven onderdeel van zijn werk, maar ze worden steeds weer op andere manier toegepast, zoals binnen architectuur. Als de kunstenaar begint te schilderen zal hij werken met op de grond geworpen elementen die dan binnen het vlak van de drager een compositie vormen. 

Diet Sayler is een Roemeense kunstenaar die uiteindelijk in Duitsland terecht komt. Zijn werk werd ontdekt door de curator van deze tentoonstelling, Cees Henderikse die eerder ook de tentoonstelling Anthropocosmos met werk van Paul Neagu samenstelde. Mooie ontdekkingen waarmee Parts Project eer inlegt, zeker als zo’n mooie combinatie als die met Ewerdt Hilgemann gemaakt wordt!

Ewerd Hilgemann: geïmplodeerde driehoeken

Diet Sayler: Waldraüme

Ewerdt Hilgemann: Rolling Cube (video still)

Ewerdt Hilgemann: Imploded Cube (beelden aan de Linge)

Ewerdt Hilgemann: Rolling Cube

Diet Sayler: Strips I

Diet Sayler: Capriccios

Ewerdt Hilgemann: Cracked Cube

Diet Sayler: Aspromonte

Diet Sayler: Porto Maurizio III (met excuus voor de reflectie)

Parts Project

Entre ’21

16 juni 2020

Na de sluiting van de tentoonstelling van Werner Cuvelier leek het seizoen afgelopen voor Parts Project. De algehele opluchting in de kunstwereld over het heropenen bleek echter tot een project te leiden waaraan meer dan tweehonderd instellingen deelnemen: Unlocked/Reconnected! Elke instelling toont onder die titel naast haar normale presentatie één werk dat refereert aan het begrip thuis. Cees van den Burg vond het reden Pim Voorneman uit te nodigen en zo het seizoen passend af te sluiten.
Voorneman denkt groot, zoals we bij eerdere gelegenheden wel hebben gezien, nu neemt hij onder de naam Entre ’21 bijkans de gehele galerie voor zijn rekening waarbij hij niet bang is voor de ruimte. Met minimale ingrepen verandert hij deze in een echo van weemoed en verlangen, precies de sentimenten die in ieder geval mij bevingen tijdens de quarantaine. Daarbij weet hij met de nodige associaties een gelaagd geheel te doen ervaren waarbij de ruimte optimaal meewerkt, knap staaltje!

Bij de ingang ligt onder de naam #1 Antichambre grof zand op de vloer waardoor je jezelf keihard hoort binnen knisperen! Entre in het Frans betekent tussen (wat je in een antichambre ook ervaart), maar ook “kom binnen” waarbij het verbeelde nabije verleden bedoeld kan worden, maar ook 2021 waarin hopelijk veel zaken anders blijken te zijn geworden.

In de nis ter rechterzijde staat een Blue Tooth speaker die de BBC Worldservice laat horen, # 2 How soon is now. De titel is van een song van de super-romantische neo-punk band The Smiths. Het geluid vult de gehele ruimte en voelt bijna als een massa. Ik zou me niet verwonderen als de Brexit ie continu speelt op de achtergrond van het wereldnieuws hier ook nog een rol speelt!

Achter in de ruimte, naast de deur naar de tuin hangt een kandelaar met een aantal brandende kaarsen

Onder de naam #3 La Calisto krijgt deze naast de natuurlijke weemoed die dit valse licht al oproept een nog veel bredere invulling.

Na deze ervaring kan de bezoeker in de zijruimte achter ook nog wat hoogtepunten zien uit de collectie van den Burg waarin een van mijn favorieten behoorlijk vertegenwoordigd is.

Marijn van Kreij met zeven Breughels over elkaar!

Robert Holyhead

Robert Holyhead

Voor de droedels van van Kreij had ik ook altijd al een zwak!

Mooie vellen met tekst en tekening

Parts Project

Ook in de Villa next Door

1970 and Beyond

17 februari 2020

Bij Parts Project vindt dus nu de andere expositie met een Belgische kunstenaar plaats. Het gaat om Werner Cuvelier waarvan ik voorheen nog nooit gehoord heb. Toch heeft hij een behoorlijke carrière waarin hij zelfs in de tachtiger jaren ook in de Haagse galerie Orez Mobiel exposeerde. Het werk dat hij nu in Parts Project laat zien toont dat het werk in die periode van conceptuele en minimalistische kunst geworteld is. Het werk is, om met curator Dirk D’herde  in een fraai staaltje Vlaamse kunstkritisch jargon te spreken “geconceptualiseerd als onderzoek dat objectieve data en statistische relaties binnen de culturele productie, distributie en uitwisseling in visuele vorm wil omzetten”. In de eerste periode is het hard-core conceptualisme, onder invloed van de uit de VS overwaaiende ideeën over het werken op basis van ideeën op minimalistische wijze. Later worden de gegevens in schilderkunst en sculpturen omgezet. In die schilderkunst is geen sprake van esthetische keuzes, maar het werk bepaalt de kleuren en vormen waarin het wordt uitgevoerd. Het werk is dan meer op feiten en gegevens uit de werkelijkheid gebaseerd, mede onder invloed van de hogelijk bewonderde Franse schrijver Georges Perec. Die feiten worden dan ook meer uit de wetenschappen geplukt waarbij bijvoorbeeld de Fibonaccireeks of het idee van de gulden snede regelmatig terug komen. De werken ogen als geometrisch-abstracte schilderijen, maar hebben eerder een aan systeemdenken en statistiek grenzende aard. Het werk intrigeert me door een consequent doorgezette en zich logisch voortzettende zoektocht waarbij “mooi” werk zich toch ook onopvallend in stugge methodiek nestelt.
Bij deze een indruk van een erg interessante tentoonstelling:

Cuvelier maakt ook graag boeken zoals hier met vormen uit zijn woonhuis, wanden, vloeren etc.

Dergelijke vormen worden dan in een vloerwerk vertaald wat hier erg mooi uitwerkt, maar ook andere vormen en formaten kan krijgen.

Twee latere sculpturen uit 1997

Een mooi groot werk met eitempera op basis van een stug volgehouden systeem

De atlas van de wereld – 1979 -1983 bij Orez Mobiel in 1983

Een serie paneeltjes waarin een door de kunstenaar bepaalde ontwikkeling de basis is

Op tafel ook 3D werk en ronde paneeltjes

Ook dit is later en waarschijnlijk op architectuur gebaseerd werk

Dit doek is op basis van een kalender geschilderd, doet me sterk aan het werk van Willem Besselink denken.

Canal de la Marne à la Saône -2000, de naambordjes van de sluizen onderweg bij elkaar.

En dit is het kanaal met de sluizen op een kaart

De namen van mede-exposanten in een tentoonstlling op verschillende wijzen verwerkt

Statistic Project VII, Five philosophical questions – 1973 De antwoorden op de vragen van zeven vrienden in een tekening verwerkt.

Parts Project

The limits of borderliness marginality margins and peripheries

23 december 2019

Zoals u uit de titel kunt opmaken gaat de huidige tentoonstelling van Jan van den Dobbelsteen over oneindige marges en buitengebieden. Dat lijkt een mooi thema voor een kunstenaar en tekenend voor houding van de calculerende burger van de 21e eeuw. Niet dat er per sé een verband bestaat, maar laten we het beschouwen als parallelle attitudes in verschillende universums. In het geval van de kunstenaar gaat het om het verwerven van een zekere vrijheid wat bij deze kunstenaar bepaald goed is gelukt. Van den Dobbelsteen is al een wat oudere kunstenaar, maar hij gedraagt zich als een jonge hond: diverse disciplines worden gebruikt, schilderkunst, geluid, video en ruimtelijke installaties waarmee hij onbekende wegen bewandelt: de tentoonstelling is een grote installatie samengesteld uit diverse elementen waarin ook allerlei ouder werk kan worden herkend. De fundamentele, ooit in de schilderkunst onderzochte aanpak die een van zijn uitgangspunten is, herken je in het gebruik van de ruimte en op een plek ook in de accentuering daarvan. Inhoudelijk geeft de installatie de positie van de kunstenaar weer “in medias res”: te midden van de zaken waar hij mee bezig is. Het suggereert een moment in een doorgaand organisch proces, een houding waarin ik me ook goed kan herkennen. Het maakt van deze tentoonstelling een speelse zoektocht naar de stappen die de kunstenaar hier maakt in zijn zoektocht naar nieuwe zaken.

Het buigzame – 2018
De opstanding – 1992
Geluidsdragers worden afgespeeld
Houten raster horizontaal – 1990
Houten raster vertikaal – 1993
achter: “Muurschildering” 1993 – 2019
met daarop “Depiction 2. ML” – 2019
Zaaloverzicht
Leestafel met daarachter “Horizontaal – Vertikaal” – 2018
The limits of borderliness marginality margins and peripheries
Organic Origami – 1985 – 2019
On the way out: “Black Mirror White House” – 2015

Parts Project

Rosy-Fingered Data

9 september 2019

Van Jouke Kleerebezem’s werk heb ik nooit iets begrepen. Hij was nogal eens te zien in het HCAK, maar de teksten die hij publiceerde waren niet te volgen en beeldend heb ik het totaal verdrongen. Not my cup of tea eerlijk gezegd. Hij was wel een van de eerste kunstenaars die de mogelijkheden zag van het internet (reeds in 1993 was hij daarmee actief) en dat spreekt in zijn voordeel. Het duurde een tijd voordat dat gemeengoed werd, maar zelfs toen ik zelf begon in te loggen had ik niet veel met zijn werk.
Op dit moment is er een tentoonstelling van nieuw werk in de galerie Parts Project in Den Haag. Kleerebezem kreeg twee maanden de tijd om de galerie als residency te gebruiken en werkte daar aan nieuw werk. Dat nieuwe werk is opeens heel levendig en verrassend materieel. Door de mogelijkheden van de I-pad te combineren met verf en doek of druktechnieken heeft hij een tentoonstelling in grijzen en lichte kleuren  gemaakt met primaire bewegingen op doek en papier. In de zoals gebruikelijk begeleidende publicatie staat een dialoog tussen een hypothetische vorm van artificiele intelligentie en Kleerebezem zelf waarbij de eerste de kunstenaar ondervraagt. Hieruit blijkt dat kunst gemaakt in de privé-ruimte en de publieke ruimte waar kunst gepresenteerd wordt in een ruimte samen komen: de galerie, die eerst als atelier wordt gebruikt en vervolgens als galerie: een spannend gegeven, net als het spel met digitale en materiele streken en structuren. Ik heb met veel plezier in de tentoonstelling rondgelopen en dat zegt ook iets over mij!

Links: Repetition saved the artist- 2019

Schetsen in een vitrine

idem

Tabletop Cache-misère – 2019

Enhanced Cache-misère – 2019

De de her en der aangebrachte spiegels met inspiratieteksten betrekken de kijker bij het getoonde

Deze titel ben ik kwijt, wel 2019

In de ruimte hangen twee grote collages met prints uit de I-pad

Contraption section – 2019

Ook deze weet ik niet meer

Parts Project