R.I.P. Robert Ryman

11 februari 2019

Via diverse kanalen sijpelt langzaam binnen dat Robert Ryman is overleden. Vanaf het moment dat ik zijn werk ontdekte, op de academie in de bibliotheek waar ik een aflevering van het Franse tijdschrift Macula las dat ik leende en nooit meer ingeleverd heb, heeft zijn werk me mateloos geïntrigeerd. Door de materialiteit van het werk, het bijna immateriële karakter van het beeld dat daarmee in tegenspraak lijkt, de rafelranden waardoor je praktisch altijd de opbouw van een werk kon beoordelen en het feit dat de handeling altijd herkenbaar is maakte het voor mij schilderkunst die over het schilderen ging. Het leek met minimale middelen tot stand te komen waarbij die middelen dan eerst heel goed overdacht werden en vervolgens schijnbaar terloops werden gebruikt. Je kan er allerlei diepzinnige gedachten aan weiden, maar eigenlijk is het niet meer dan het is, 1+1=2. Komende vanuit een eeuwenoude schildertraditie waarin schilderkunst een middel is om tot een doel te komen is dit een hele openbaring die een totaal ander gebied opent, niet alleen destijds op de academie, maar ook in de praktijk al die jaren daarna.

In 2016 was ik in New York waar ik begin mei bij de Dia Art Foundation een tentoonstelling met werk van Ryman bezocht. Ik laat hier nog een keer het verslag daarvan zien:

In de DiaChelsea is een solotentoonstelling van Robert Ryman, ook een van mijn oude helden.

Een overzicht in de mooie ruimtes van de DiaArt Foundation

In het oudere werk zie je dat hij composities bepaald met kleur over wit. Die kleuren zijn bepaald door zijn periode als suppoost in MoMA waar hij kleurgebruik van bekende coloristen bestudeerde.

Detail, randen zijn een bekend element in het werk van Ryman

Zo’n wand laat zien wat je met licht kunt doen

Een mooie serie dubbelgebakken glasenamel op geoxideerd koper

Waarvan dit er een van dichtbij is.

Hier zie je goed dat het wegschilderen van kleur (of zwart) het licht versterkt op dit aluminium paneel.

Weer wat ouder werk met mooie verfstructuren

Ook hier op een donkere gekleurde ondergrond. Het is niet zozeer wit toevoegen, maar kleur wordt afgetrokken van het beeld om het oppervlak meer effect te geven volgens de kunstenaar.

Ook hier zijn de drager en de randen belangrijk voor het oppervlak

Een magnifieke tentoonstelling

Ryman werkte zelf een tijd met kunstlicht, maar hij wil het liefst daglicht om alle wisselende kleur en toon nuances tot hun recht te laten komen. In deze ruimte werkt het fantastisch

PACE Gallery

Nouvelles images

5 september 2018

Toen ik ver van hier opeens las dat galerie Nouvelles Images er mee zou stoppen moest ik eerst iets weg slikken. De zaak was zo lang een vaste waarde geweest in Den Haag dat de confrontatie met de realiteit hard aan kwam. Na het overlijden van Erik Bos leek het beleid zich met Marie Jeanne de Rooij wat meer aan het tijdsgewricht aan te passen en het wat chique beeld te veranderen met meer publieksvriendelijke activiteiten en nieuwe presentaties. Kennelijk was dat toch te laat om het tij te keren. De galerie leek zich altijd wat boven het gebruikelijke kunstrumoer te verheffen, maar de ontwikkelingen in de economie en in de kunstwereld zijn haar nu dus toch fataal geworden.
Omdat mijn eigen kunstpraktijk zich in de loop van de tijd nogal heeft veranderd kwam ik er wat minder dan eerder, toen ik zelf nog netjes bij een galerie exposeerde, maar toch heb ik er de drempel veel overschreden. In het begin was die drempel voor mij ook vrij hoog, maar ik ben me er gaande weg toch steeds meer gaan thuis voelen. Vanaf de eerste bezoeken tijdens mijn opleiding toen Ton Berends de galerie nog leidde zag ik daar kunst waar ik tegenop keek. Ik kreeg boekjes toegestuurd en ging naar openingen en bijvoorbeeld een middag met Peter Otto die de muziek van Morton Feldman liet horen of de presentatie van Insomnia, het boek met interviews met kunstenaars dat uit kwam ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de galerie. Zelf heb ik twee keer wat gekocht: een keer het beeldje met de hondjes van Carel Visser dat als editie uitkwam en dat ik samen met mijn vrouw kocht en een keer een foto van Jasper de Beijer die ik voor de aankoopcommissie van de Artoteek Den Haag verwierf. Dat gaf me wel een beetje het gevoel dat ik er bij hoorde en nu hoort de galerie er niet meer bij!

De galerie stopt nu deze week (t/m zondag) met een tentoonstelling van werk uit de eigen collectie die aanzienlijk is. met de opbrengsten willen ze de sluiting van de galerie op juiste wijze afhandelen waarbij ook de kunstenaars die aan de galerie verbonden waren recht wordt gedaan. De prijzen zijn voor de gelegenheid lager dan ze ooit waren. De tentoonstelling wisselt, omdat aangekochte werken direct meegenomen kunnen worden, maar het is een plezier en ook wel een beetje treurig er doorheen te lopen en werken te zien die in de loop van de tijd in de tentoonstellingen hebben gehangen. Bij deze een indruk van de stand van zaken vandaag:

Piet Dieleman: Z.T. (P13) – 2003-2004

David Vandekop: Z.T. – 1986

Richard Allen: Z.T. – 1979

Thorsten Brinkman: From the series portraits of a Serialsammler fltr – Rain McKeul and Diego el Renzo – 2017

Jasper de Beijer: Udongo (07-07) – 2009

Thorsten Brinkman: The Youngest – 2016

Willy Jolly: Bali – 2000

Nu met een solo in het Utrechts centraal museum – Michael Tedja: Z.T. – 1999

Michael Tedja: Luther – 2002

Jean-Marc Spaans: Z.T. – 2003

Vittorio Roerade: The wind in my Heart – 1999

Martin Mc Murray: Returning to nr. 1 – 2005

Ton Kraaijeveld: Z.T. – 1993

Eko Nogruho: I Am Living with Too Much Democratic – 2004

Diederik Gerlach: Tirol IX – 2008

Norbert Gontschowski: In Flandern – 2006

Nouvelles Images

 

 

R.I.P. Iannis Kounellis – 1937-2017

20 februari 2017

Tijdens mijn academietijd organiseerden de Nederlandse musea de ene prachttentoonstelling na de andere. Frans Haks en Rudi Fuchs lieten de opkomende kunststromingen zien en op de academie wilden we dat zo veel mogelijk volgen, want op de KABK heerste destijds een bijzonder behoudende sfeer. Zo kwam ik in contact met het werk van Iannis Kounellis die ik meteen bewonderde. Ik vond zijn materiaalgebruik fantastisch en het sprak me aan dat hij andere zintuigen liet meewerken: de geur van petroleumlampen en gebrande koffie hing soms in de museumzalen. De Griekse kunstenaar combineerde de Europese geschiedenis met zijn persoonlijke geschiedenis om mee te bouwen aan een “Nieuwe Kathedraal” zoals dat in een gesprek in 1986 tussen hem, Joseph Beuys, Anselm Kiefer en Enzo Cucchi werd genoemd. Een cultureel huis voor elke Europeaan om zich in thuis te voelen. Een actueel onderwerp lijkt mij.

2785

Kounellis in Milaan, 2014

zie ook The Guardian

R.I.P.

26 juli 2016

Ed Jansen (1959 – 2016)

naamloos

 

Vandaag las ik dat Ed Jansen is overleden, veel te vroeg en plotseling. Hij was een van die mensen die uit interesse en voor god de culturele gebeurtenissen volgen en documenteren, dus ik kwam Ed vaak tegen in de Haagse kunstwereld en als we elkaar dan zagen maakten we altijd even een praatje. We werden niet heel persoonlijk, dus ik weet niet echt veel over hem, maar hij was altijd ontzettend hulpvaardig en kwam regelmatig met tips hoe ik dingetjes in mijn site kon verbeteren die hij had ontdekt. Zijn fotoseries van kunstwerken en tentoonstellingen waren technisch bijzonder goed en hij vertelde me regelmatig hoe ik bepaalde dingen net even wat beter kon aanpakken in mijn eigen fotowerk. In de tijd dat hij in de column Picture-Ed op Jegens & Tevens zijn foto’s liet zien heeft hij een mooi en breed overzicht gegeven van wat er de afgelopen jaren in de  Haagse kunstwereld gebeurde en die reikwijdte van zijn onderwerpkeuze heb ik zelf altijd bijzonder gewaardeerd.

Ik zal de schuchtere blik missen waarmee hij me benaderde om vervolgens alles te vertellen wat hij aan me kwijt wilde!

PicturEd

Flickr